Op 7 januari stuurde het Dutch Child Center (DCC), een landelijke organistie die zich inzet voor een betere bescherming van jongeren, een brief naar de gemeenteraad Stop werkwijze Jeugdbescherming. De raad ontvangt wel vaker brieven (door iedereen te volgen op de website), maar deze viel niet alleen op door de toon, maar ook door de inhoud. Kortgezegd gaat de brief over het beter beschermen van jongeren en ouders wanneer er sprake is van problematiek. Een goed streven, ware het niet dat de landelijke organisatie de suggestie wekt dat het in Hattem niet goed gesteld is met de verantwoordelijke taak die de raad heeft om het college te controleren op jeugdzorg. De redactie heeft alle partijen die in de raad zitting hebben om een reactie gevraagd, maar ook de genoemde landelijke organisatie om verduidelijking.
In de brief eist men – letterlijk – van de raad om het college strenger te controleren, klachten van ouders en kinderen serieuser te nemen en een cultuur van wegkijken te stoppen. Doel is om onnodige en traumatische uithuisplaatsingen te voorkomen en de Jeugdwet weer echt in dienst te stellen van de bescherming van kinderen. De redactie legde bij DCC een aantal vragen neer die gaan over feiten met betrekking tot het functioneren van college en raad en vroeg: Kunt u concrete ervaringen benoemen? Wordt er in Hattem weggekeken? Vinden er in Hattem onnodige uithuisplaatsingen plaats? DCC kon geen feiten aandragen met betrekking tot de Hattemse situatie.
Reacties CDA en D66
Op de suggesties dat het in Hattem bar en boos is met de jeugdzorg wilden twee fractievoorzitters reageren.
Teun Juk, CDA: ‘Wij hebben kennisgenomen van de brief van het Dutch Child Center (DCC) uit Emmen. Jeugdzorg is een onderwerp dat iedere gemeente in Nederland bezighoudt. Het belang van kinderen en jongeren staat daarbij voorop. Wij herkennen ons echter niet in de kritiek van het DCC dat de jeugdwet een symboolwet is. In Hattem wordt serieus uitvoering gegeven aan deze gedecentraliseerde rijkstaak. Grote problemen waarover DCC rept zijn ons voor de Hattemse situatie niet bekend. Wel is het zo dat de gemeenten te weinig geld krijgen van het rijk om de wettelijke taak uit te voeren. Hattem heeft tot nu toe veel geld bijgelegd om een goede jeugdzorg voor onze inwoners te waarborgen. Jaarlijks wordt de raad bijgepraat over de uitvoering van de wet. Vandaar dat wij kunnen instemmen met het voorstel om de brief voor kennisgeving aan te nemen.’
Erwin Kwakkel, D66: ‘De zorgen die in de brief worden geuit over jeugdbescherming en uithuisplaatsingen zijn ernstig en raken aan een uiterst kwetsbaar onderwerp. Als raad nemen wij signalen over de uitvoering van de Jeugdwet altijd serieus, zeker wanneer deze betrekking hebben op de veiligheid en het welzijn van kinderen.’
‘Tegelijkertijd herkennen wij de in de brief geschetste kwalificaties, zoals een structurele ‘cultuur van wegkijken’ of het bestaan van ‘onnodige uithuisplaatsingen’ binnen Hattem, op dit moment niet als vaststaande feiten. De raad beschikt niet over aanwijzingen dat klachten structureel worden genegeerd of dat wettelijke procedures niet worden gevolgd. Dat laat onverlet dat individuele situaties zeer schrijnend kunnen zijn en dat elke melding zorgvuldige aandacht verdient.’
‘Binnen de gemeenteraad wordt de uitvoering van het jeugdbeleid en de rol van het college periodiek besproken en gecontroleerd. Waar signalen daartoe aanleiding geven, stellen raadsleden vragen of worden nadere toelichtingen gevraagd. Tegelijk is het belangrijk om te benadrukken dat de raad geen individuele casussen kan of mag beoordelen en dat de jeugdbescherming werkt binnen wettelijke kaders en verantwoordelijkheden die grotendeels bovenlokaal zijn belegd.’
‘De brief van de Stichting Dutch Child Center is door ons ter kennis genomen en zal worden betrokken bij het bredere gesprek over jeugdzorg, toezicht en transparantie. Indien daaruit aanleiding ontstaat voor nadere vragen aan het college, dan zal de raad die controlerende rol ook invullen.’
Naar aanleiding van de brief is er een beeld ontstaan van de Hattemse situatie die deze fractievoorzitters geen zorgen baart.
Over de stichting
Jan van der Kooi, secretaris van DCC: ‘Dutch Child Center is in 2015 opgericht als reactie op de talloze fouten binnen de jeugdzorg. De organisatie is een baken voor ouders en gezinnen die slachtoffer zijn geworden van het systeem of, zoals wij het in de praktijk ervaren, daaraan letterlijk “ten prooi zijn gevallen”. De aanleiding voor de oprichting is zeer persoonlijk: het initiatief kwam van een vader die zelf zijn twee kinderen is kwijtgeraakt door toedoen van de jeugdzorg. Hij heeft van dichtbij ervaren hoe destructief en ondoordringbaar dit bureaucratische systeem is.’



