Politieke partijen willen graag zo eensgezind mogelijk overkomen. Het ontbreken van eensgezindheid kan het duidelijkst naar buiten komen bij stemmingen. Daarom proberen fracties te voorkomen dat er niet eensgezind wordt gestemd. Dit wordt fractiediscipline genoemd. Als argument om fractiediscipline af te wijzen, wordt wel aangevoerd dat gemeenteraadsleden grondwettelijk gezien zonder last moeten stemmen. Deze vrijheid van stemmen wordt als een van de argumenten genoemd om niet met Algemeen Belang verder te gaan in de verkenning van een mogelijke coalitie. Het zou de partij onvoorspelbaar maken, zo zei Henk Jan Meijer in een interview van RTV Hattem met hem op 10 april: ‘Wat fractiediscipline betreft: men mag bij Algemeen Belang vrij stemmen en dat maakt deze partij voor de anderen onvoorspelbaar.’ Wat is ‘fractiediscipline’?
Volksvertegenwoordigers in Nederland moeten volgens de Grondwet en het democratisch systeem stemmen op basis van hun eigen oordeel en geweten. Er is geen wettelijke verplichting dat zij strikt volgens partijlijnen moeten stemmen. Dit principe, ook wel het vrijheidsbeginsel genoemd, waarborgt dat volksvertegenwoordigers kunnen afwegen wat het beste is voor Hattem, zonder directe druk van partijleiders of kiezers. Het voorkomt dat volksvertegenwoordigers puur partij- of fractiediscipline volgen zonder eigen afweging. Raadsleden zijn op persoonlijke titel gekozen door de bevolking. Een fractie heeft geen wettelijke bestaansgrond. Het is te vergelijken met een team of een groep.
Hoewel volksvertegenwoordigers formeel vrij zijn, wordt in de praktijk vaak strakke fractie- of partijdiscipline toegepast. Partijen verwachten dat hun leden vooral volgens de partijstandpunten stemmen. Dit is dus een interne partijafspraak en geen grondwettelijke verplichting.
Ruimte om te stemmen
De vraag is, wanneer en hoe vaak komt het voor dat Hattemse raadsleden naar eer en geweten willen stemmen, zonder last? We namen een steekproef door het CDA en GroenLinks-PvdA te benaderen met die vraag. Ook vragen we de fractievoorzitters naar hun standpunt over fractiediscipline.
Jaap van Tiel, GroenLinks-PvdA: ‘Uiteraard kun je binnen onze fractie de ruimte nemen om anders te stemmen. Uiteraard proberen we in principe wel tot een éénsluidend fractie standpunt en stemming te komen. In de periode van bijna zes jaar dat ik in de raad zit, heeft één keer een raadslid een ander standpunt ingenomen bij een stemming. Dit was echter een tactische stem, omdat de toenmalige wethouder weigerde antwoorden te geven op bepaalde vragen inzake de stukken waarover gestemd moest worden. Omdat er toch een meerderheid zou komen hebben we met de tactische tegenstem ons ongenoegen laten zien.’
Sophia Sanders-Riepma, CDA: ‘Raadsleden hebben inderdaad het recht om zonder last of ruggespraak hun stem uit te brengen. In de praktijk zie je vaak dat politieke partijen bij het vormen van een coalitie onderling afspraken maken over het te voeren beleid. Raadsleden van partijen die deelnemen aan een coalitie worden geacht zich daar aan te houden. Maar dit kan formeel niet afgedwongen worden. En dat is maar goed ook. Sterker nog, het past niet in de bedoeling van het dualisme. Het college is het bestuur en de raad vertegenwoordigt de inwoners en moet durven controleren en goed toezicht te houden. Vandaar ook dat het CDA heeft gepleit voor een beknopt coalitieakkoord.’
’Binnen iedere fractie komt het voor dat er verschillen van opvatting zijn over bepaalde te nemen besluiten. En dat is prima, het houdt de discussie levend en scherp. Uiteindelijk mondt dat uit in een standpunt dat in de raad wordt uitgedragen. De discussie in de raad kan er toe leiden dat aan het eerder ingenomen fractiestandpunt wordt vastgehouden dan wel dat, gehoord alle argumenten, besloten wordt hiervan toch af te wijken. Bijvoorbeeld omdat moties of amendementen iets zijn aangepast naar aanleiding van de discussie of dat op een belangrijk punt door het college een toezegging is gedaan. De raadsleden beslissen op dat moment zonder last of ruggespraak met hun commissieleden, andere fractieleden of partijbestuur. Zo hoort het ook, dat is de waarde van democratie. Raadsleden mogen altijd hun eigen afweging maken. In de afgelopen vier jaar hebben er regelmatig van dit soort afwegingen in de raad plaatsgevonden.’
’Zaken “naar eer en geweten” doen zich in de lokale politiek nauwelijks voor. In de afgelopen vier jaar hebben die zich bij het CDA niet voor gedaan. Het gaat in de praktijk meestal om zakelijke-maatschappelijke beleidskeuzes. Het huisvesten van asielzoekers of zondagsrust zou een zaak van eer en geweten kunnen zijn. Bij Algemeen Belang speelde volgens ons het punt van de zondagsrust. Vandaar dat de twee raadsleden ieder naar eer en geweten voor of tegen kunnen zijn. Dat heeft niets met onvoorspelbaarheid te maken. Dit soort zaken laat zich niet vatten in afspraken vooraf omdat iedere situatie van eer en geweten anders is. Bij het CDA zijn onze christendemocratische principes uitgangspunt. Op basis daarvan nemen wij besluiten in het belang van onze Hattemse gemeenschap.’
Samen op de lijst
André Borst, Algemeen Belang, beaamt wat Sanders zegt. ‘Tijdens een uitzending van Hattem Actueel destijds hebben Gert Kers en ik verteld, dat we op het punt van de zondagopenstelling verschillend zouden kunnen gaan stemmen. Zouden… We weten nog niet of dat gebeurt. Gert is immers gelovig en kan er daardoor anders naar kijken dan ik. Binnen Algemeen Belang hebben twee mensen een niet-kerkelijke achtergrond, waaronder ik, en de anderen hebben dat wel.
Maar in het algemeen gezegd, het zou toch gek zijn als je samen op de lijst staat en er zouden steeds uiteenlopende meningen komen.
Het woord fractiediscipline past trouwens niet bij ons. Zo willen we binnen de fractie niet met elkaar omgaan.’ Waarmee Borst gezegd wil hebben, dat fractiediscipline geen algemeen principe is bij Algemeen Belang.
Als we aan Borst de vraag voorleggen of hij onvoorspelbaar is, schiet hij in de lach. ‘Volgens mij vinden ze mijn bestuursstijl te voorspelbaar…’
‘We staan voor sociaal beleid, goed financieel beleid, dat iedereen gekend en herkend wordt. Dat de bevolking aan de voorkant betrokken wordt. Met ons is afspraken te maken. Wij zijn hartstikke voorspelbaar.’





