Bestuursakkoord doet vage toezegging opvang vluchtelingen en asielzoekers ondanks wettelijke plicht

Het nakomen van de wettelijke verplichting mensen op te vangen in het kader van de spreidingswet staat bovenaan de agenda van de Minister van Asiel en Migratie en daarmee ook op die van de gemeenten die nog niet aan hun wettelijke taak hebben voldaan, waaronder Hattem. Eerder schreef de nieuwsredactie dat ook Hattem een brief heeft ontvangen om ‘Den Haag’ uit te leggen waarom er tot op heden geen opvang wordt verleend.
In het bestuursakkoord 2026-2030, 27 mei gepresenteerd door de coalitie, staat het volgende: ‘Hattem wil haar wettelijke verantwoordelijkheid nemen voor de opvang van asielzoekers, Oekraïense ontheemden en statushouders, vanuit maatschappelijke betrokkenheid én realisme. Kleinschalige opvang heeft de voorkeur, maar alleen als deze financieel en organisatorisch haalbaar is; daarom zet Hattem vooral in op regionale samenwerking.’

Deze passage leidde tijdens de extra raadsvergadering tot opmerkingen van de oppositie. Jaap van Tiel, GroenLinks-PvdA, zei dat hij de realisatie van de spreidingswet in het stuk miste en Erwin Kwakkel, D66, vulde aan, dat het geen kwestie is van verantwoordelijkheid willen nemen, maar van móeten nemen. Kwakkel: ‘Het gaat er niet om om mensen op te vangen als het financieel en organisatorisch haalbaar is. We móeten onze wettelijke verplichting nakomen.’ Beiden benadrukten de urgentie om dit onderwerp nu eindelijk op te pakken en om contact te zoeken met andere gemeenten om tot afspraken te komen.
Inmiddels heeft het CDA aan het college schriftelijke vragen gesteld. Ook fractievoorzitter Sophia Sanders-Riepma stelt, dat het geen kwestie is van de wettelijke verantwoordelijkheid wíllen nemen. ‘De gemeente dient gewoon de wet uit te voeren!’

Wat in Hattem vaak te horen is, is het argument dat kleinschalige opvang van het COA niet mag. De praktijk heeft dit argument inmiddels ingehaald. Op verschillende plekken in het land worden mensen opgevangen in kleinschalige opvanglocaties waar minder dan honderd mensen worden opgevangen. Vorige week heeft de minister Wijk bij Duurstede gevraagd 50-75 mensen op te vangen voor een periode van twee maanden. Een zogenaamde noodopvang.

Ter Apel
De gemeente Ter Apel en buurgemeenten vragen op dit moment aan andere gemeenten in Nederland hulp om de overbelaste AZC in Ter Apel te ontlasten. De overbelasting ontstaat niet omdat er meer mensen naar Nederland komen, maar omdat er geen doorstroom is vanuit de opvanglocaties van mensen die een vergunning hebben gekregen en wachten op huisvesting.
De opvang waarom gevraagd wordt is voor een paar nachten, en is een andere vorm van opvang dan wat de spreidingswet voorschrijft.

Provinciale Regietafel
Niet alle gemeenten hoeven mensen op te vangen. Gemeenten kunnen samen een plan maken. Zo kan de ene gemeente meer opvangplekken regelen voor mensen die nog gescreend moeten worden of ze überhaupt mogen blijven, waardoor een andere gemeente andere taken op zich neemt, bijvoorbeeld in ruil meer statushouders opvangen (mensen die gescreend zijn en een verblijfsvergunning krijgen om tijdelijk in Nederland te mogen blijven).
Op 22 mei zei fractievoorzitter GroenLinks-PvdA Jaap van Tiel: ‘Er zijn in de regio duidelijke afspraken gemaakt over opvang van statushouders en vluchtelingen.’ Maar als deze afspraken niet werken, kan de minister ingrijpen. Dat is er nu aan de hand nu de Minister van Asiel en Migratie de gemeenten ter verantwoording roept.

Waar is de provincie in dit verhaal? Daar is immers een Regie Tafel ingesteld om gemeenten te laten samenwerken. Aan de Provincie Gelderland heeft de redactie de vraag voorgelegd hoe er op provinciaal niveau samengewerkt wordt of kan worden. De woordvoerder van de Commissaris van de Koning, Daniël Wigboldus: ‘De afspraken over asielopvang zijn vastgelegd in het Plan Asielopvang Gelderland 2025-2026 dat elk jaar moet worden opgesteld voor de minister van Asiel en Migratie. De wijze waarop zij opvang doen is aan de colleges van B&W in de 51 gemeenten, waarbij samenwerking met andere gemeenten ook mogelijk is. De Provinciale Regie Tafel is daarbij ondersteunend en faciliterend en probeert een brug te slaan tussen de gemeenten, het Rijk en andere betrokken instanties zoals het COA.’
‘De Commissaris van de Koning is zich zeer bewust van de grote opgave waarvoor gemeenten staan en wat dit van de samenleving vraagt en de steunt gemeentebestuurders waar dat kan en nodig is,’ aldus de woordvoerder.

Reactie vanuit de provinciale fracties
De redactie heeft de fracties benaderd wat hun rol is in deze. Harm Jan Polinder van de SGP: ‘De provincie heeft binnen de Spreidingswet vooral een coördinerende en regisserende rol. De daadwerkelijke realisatie van opvangplekken ligt primair bij gemeenten en het COA. Provinciale Staten kunnen daarin geen gemeenten aanwijzen of locaties afdwingen, maar controleren wel hoe Gedeputeerde Staten invulling geven aan hun regietaak.’

‘Wij volgen de uitvoering van het Plan Asielopvang Gelderland 2025-2026 via Statenbrieven, gesprekken aan de provinciale regietafels en door het stellen van vragen aan het college wanneer signalen ontstaan dat afspraken onvoldoende van de grond komen. Daar is tot nu toe geen aanleiding toe geweest overigens.

Tegelijk zien wij ook dat de praktijk weerbarstig is. Gemeenten lopen tegen forse uitdagingen aan op het gebied van draagvlak, woningdruk, capaciteit en ruimtelijke inpassing. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak en goede samenwerking tussen Rijk, provincie en gemeenten.’

‘De Commissaris van de Koning voert zijn rol aan de Provinciale Regietafel uit als rijkstaak. Daarover legt hij geen directe verantwoording af aan Provinciale Staten. Dat betekent echter niet dat Provinciale Staten geen enkele rol hebben. Wij controleren wel het handelen van Gedeputeerde Staten, spreken met het college over de voortgang van de opvangopgave in Gelderland en kunnen politieke signalen afgeven via vragen, moties en debat. Ook kunnen wij het college aanspreken op de wijze waarop de provincie haar regierol invult en hoe zij gemeenten ondersteunt.
De mogelijkheden van Provinciale Staten zijn daarbij beperkt. Wij kunnen geen gemeenten aanwijzen, geen opvanglocaties openen en ook niet afdwingen dat gemeenten hun taakstelling realiseren. Die bevoegdheden liggen uiteindelijk bij gemeenten, het COA en – als het nodig is – bij het Rijk. Dat verklaart ook waarom de invloed van Statenfracties anders is dan bijvoorbeeld die van gemeenteraadsfracties. Onze rol is vooral kaderstellend en controlerend, niet uitvoerend.
In het verlengde hiervan hebben we wel een verantwoordelijkheid met betrekking tot de opvang statushouders en de voorrang die zij genieten bij de toewijzing van woningen (onder andere.via het actieplan Wonen ligt er een provinciale taak, Gedeputeerde Staten rapporteert ook periodiek hierover).’

Het Plan Asielopvang Gelderland 2025-2026 is op deze website niet te publiceren, maar wel op te vragen bij de redactie: redactie@RTVHattem.nl

Verschil vluchteling en asielzoeker
Meer dan 80% van de asielzoekers in Nederland is volgens de Nederlandse overheid vluchteling. Dat betekent dat mensen die hier asiel aanvragen, vrijwel altijd op de vlucht zijn voor geweld of vervolging. Niet iedere asielzoeker is dus vluchteling.
Zodra de vluchteling asiel heeft aangevraagd wordt hij asielzoeker genoemd. Krijgt hij toestemming een aantal jaren te blijven, dan wordt hij statushouder genoemd. (Bron: Vluchtelingenwerk Nederland)