Na de beschuit met muisjes op 27 mei, toen het bestuursakkoord door de coalitiepartijen ChristenUnie, HattemCentraal en VVD werd gepresenteerd, waren er diverse geluiden te horen over het akkoord Dichtbij en Daadkrachtig. De oppositie toonde zich kritisch constructief welwillend, maar vroeg zich ook af waarom er niet meer concrete voorstellen werden gedaan (‘Hoe dan?’, CDA). Er waren ook reacties als ‘vaag, slappe hap en weinig zeggend.’
Waarom is het akkoord zo weinig concreet gemaakt? De drie coalitiepartijen hebben het akkoord bewust niet verder ingevuld met concrete doelstellingen, zo maakten de woordvoerders van de drie coalitiepartijen duidelijk. Daar hebben zij drie redenen voor was te horen tijdens zowel de persconferentie als tijdens de extra raadsvergadering: de onzekere financiële situatie van Hattem, de kwetsbaarheid van de gemeentelijke organisatie en de wens ‘de voltallige raad, inwoners, ondernemers en organisaties vroegtijdig te betrekken bij beleid en besluitvorming’.
Financiën
De financiële situatie is zo ‘zorgelijk’ (bestuursakkoord), dat eerst de voorjaarsbegroting afgewacht wordt om te zien waar de gemeente daadwerkelijk staat, zeggen de drie. Na de voorjaarsbegroting gaat men concrete keuzes maken, want de belofte is ‘We maken heldere en transparante keuzes over ambities, investeringen en financiële risico’s, met oog voor de zelfstandigheid van de gemeente op de lange termijn en de kwetsbare organisatie. Daarbij maken we bewuste keuzes over wat wel en niet kan.’
Welke intenties uit het bestuursakkoord sneuvelen of overeind blijven is dus afwachten. D66 wilde daarop niet wachten. Deze fractie is de initiatiefnemer van de motie waarin staat dat kwetsbare inwoners ‘waar mogelijk’ worden ontzien. D66 wilde die formulering steviger verankeren. ‘Wij willen voorkomen dat het sociaal domein de sluitpost van de begroting wordt. Als er bezuinigd moet worden, dan eerst zoeken naar alternatieven.’ De motie is 27 mei raadsbreed aangenomen.
Of de OZB veilig blijft in de handen van de nieuwe coalitie cq college, is ook afwachten. Ook hier is de formulering niet-concreet. Het kan alle kanten op gaan. ‘Wij leggen duidelijke lastenprincipes vast voor lokale belastingen zoals OZB en toeristenbelasting: wanneer deze wel of niet worden ingezet en welke alternatieven voor dekking eerst worden afgewogen.’ Hier staat niet dat de OZB niet gaat stijgen, laat staan dalen. Het principe wordt vastgelegd. Welk lastenprincipe dat is, wordt niet duidelijk.
Organisatie
Daarnaast ervaren de drie partijen kwetsbaarheid wat betreft het vermogen van de gemeentelijke organisatie, of zoals het in het akkoord staat: ‘Om die reden moeten we oog hebben voor de Hattemse schaal, de lopende dossiers en de uitvoeringskracht van onze gemeentelijke organisatie.’ Men wil daarom helder zijn in wat nodig is, en zorgvuldig zijn in wat kan. Een vorm van pragmatisme die we kennen van HattemCentraal, en die ook noodzakelijk is als je alles op je laat inwerken. Want het klinkt allemaal erg wankel. Er is teveel werk voor te weinig mensen, dat geldt niet alleen voor de ambtenaren maar ook voor de wethouders. De voormalige wethouder Koen Castelein zei daarover openhartig in zijn afscheidsinterview bij RTV Hattem na de vraag van de presentator ‘Het is een hele kleine gemeente. Is het dan goed te doen, als je zo’n brede portefeuille hebt?’: ‘Nee.’ Na doorvragen: ‘Je moet scherpe keuzes maken en vertrouwen op je ambtelijke organisatie.’
Meedoen
Tijdens de presentaties en in het akkoord werden de voltallige raad, inwoners, ondernemers en organisaties uitgenodigd met ideeën te komen, want men wil ze ‘vroegtijdig betrekken bij beleid en besluitvorming’. Wat tijdens de persconferentie de vraag uitlokte: moeten bestuur en politiek niet naar buiten gaan om de ideeën op te halen in plaats van te wachten op hen die naar het stadhuis komen? Wil je met inwoners in gesprek blijven over de zorgen, zoals de ChristenUnie in haar verkiezingsprogramma stelde, dan móet je toch naar buiten, de stad in wil je Dichtbij zijn?
Kanttekening: voelen de ondernemers in de binnenstad en de supermarkten zich wel uitgenodigd om in gesprek te gaan nu de zondagopenstelling wordt vastgepind op 65% instemming. Waarom is dit als een van de weinige voorstellen nu al zo dichtgetimmerd? Waar is er ruimte voor een open gesprek met de ondernemers? Ze worden toch expliciet in het voorwoord uitgenodigd?
Participatie
De VVD beloofde in haar verkiezingsprogramma: ‘Besluitvorming vindt helder en open plaats, onderbouwd met open communicatie over de afwegingen. Inwoners worden betrokken bij de besluitvorming.’
Mensen betrekken bij besluitvorming vraagt om afstemming. Volgens het bestuursakkoord gaan college en raad een participatieverordening opstellen om participatie goed te laten verlopen. Het zal een document worden waarin te lezen zal zijn wat de afspraken zijn over rolverdeling, informatievoorziening en terugkoppeling. Een daadkrachtige intentie omdat er een onderlegger komt voor goede communicatie tussen bestuur en burger, zodat de burger weet hoe hij of zij kan meedoen, onder welke (rand)voorwaarden en hoe er teruggekoppeld wordt.
Wat dat laatste betreft, het college en de coalitiepartijen willen transparant zijn, dat betekent dat men ook vertelt wát er is besloten en waarom. Daarna moet de burger kunnen vertrouwen dat de vastgelegde afspraken en belofte worden nagekomen, zo stelde de VVD in haar verkiezingsprogramma. Nu zijn niet alle programma’s een-op-een in het akkoord terecht gekomen, maar dit is zo’n algemeen principe. Daarop moet toch te vertrouwen zijn?
De intentie om met een participatieverordening te gaan werken, zorgt voor vragen: Wordt er ook met een groep burgers gesproken over wat men van meedoen verwacht? Wordt er rekening gehouden met de verschillende behoeftes van burgers? Niet elke burger wil of kan vrij-uit meedenken. Voor sommigen is het juist prettig als de plannen concreter zijn. En wie gaat de verordening schrijven en wanneer? Daarvoor hoeft niemand op de voorjaarsbegroting te wachten. Op dit punt kan vandaag al Daadkracht getoond worden.



