Veluwe in de voortuin

Nick Vledder is actief lid van de Vereniging voor Landschap en Milieu (VLMH) en een bekend vogel- en natuurkenner in Hattem. Samen met Natuur en Milieu Gelderland organiseert de VLMH het project Veluwetuinen. Dit project heeft tot doel dat de Veluwse natuur via de Hattemse tuinen haar uitlopers de hele stad in krijgt. Inheemse planten, struiken en bomen in de tuinen creëren plaatsen voor bijen en vlinders en vergroten de biodiversiteit in onze gemeente. In dit artikel vertelt Vledder hoe hij dat gedaan heeft en dat je tuin daar echt niet groot voor hoeft te zijn.

Onze voortuin is niet groot. Met ongeveer vijf bij vijf meter ligt hij aan een doorgaande 30 km-weg in Hattem. Toch is juist deze kleine tuin voor mij uitgegroeid tot een ontdekkingstocht naar de natuur en geschiedenis van de plek waar wij wonen.

Toen wij aan de Hilsdijk kwamen wonen, bestond de tuin grotendeels uit exoten en cultivars. Vier à vijf jaar geleden besloten we het roer om te gooien. Vrijwel alle beplanting werd verwijderd om ruimte te maken voor een natuurlijker ingerichte tuin. In eerste instantie brachten we een laag houtschors aan. Achteraf gezien bleek dat niet nodig. Houtschors verteert uiteindelijk en voegt voedingsstoffen toe aan de bodem, terwijl veel streekeigen planten juist gebaat zijn bij voedselarme omstandigheden. Biodivers tuinieren bleek ook voor mij een leerproces.

Tijdens dat proces ben ik mij steeds meer gaan verdiepen in de geschiedenis van het landschap rond onze woning. Historische kaarten uit 1827 en 1849 laten zien dat het perceel direct grensde aan de broeklanden van het Hattemer Broek. Ook op een luchtfoto uit 1975 is nog goed zichtbaar dat het perceel toen feitelijk een klein weiland was. Daarnaast ontdekte ik dat onze locatie in het verlengde ligt van het Hattemer Holt, een oud malebos van Hattem. Die ontdekking veranderde mijn kijk op de tuin. In plaats van willekeurig planten te kiezen, ben ik gaan kijken welke soorten van nature passen bij dit landschap.

Ik koos bewust voor soorten die horen bij graslanden en bosranden, zoals scherpe boterbloem, pinksterbloem, dagkoekoeksbloem, gewone brunel en sporkehout. Sommige van deze soorten had ik eerder met eigen ogen waargenomen op de Vuursteenberg, het dichtstbijzijnde stukje Veluwe. Ook plantte ik sleedoorn, omdat deze struik onmisbaar is voor de sleedoornpage. De vrouwtjes van deze bijzondere vlinder zetten hun eitjes uitsluitend af op sleedoorn.

Onderweg leerde ik dat niet alleen de plantensoort belangrijk is, maar ook de herkomst van het plantmateriaal. De eerste sleedoorns die ik aanplantte hadden een onbekende herkomst. Later heb ik deze vervangen door streekeigen sleedoorns van autochtone afkomst. Hierdoor sluiten de ontwikkeling van de plant en de levenscyclus van de sleedoornpage beter op elkaar aan.

Ook de natuur zelf hielp mee. Een gaai plantte ongemerkt een zomereik in de tuin. Veel mensen zouden zo’n boompje verwijderen omdat het uiteindelijk groot wordt. Ik besloot de eik juist een plek te geven. Door snoei en verplanting vormt hij nu samen met sleedoorn en sporkehout een natuurlijke opbouw van lage naar hogere beplanting richting de woning.

Wat mij het meest verraste, was hoe snel insecten de tuin wisten te vinden. Vrijwel direct verschenen de eerste bestuivers. Inmiddels zet de sleedoornpage jaarlijks haar eitjes af op de sleedoorn. Daarnaast heb ik onder meer boomblauwtje, icarusblauwtje, koevinkje en zelfs de grote weerschijnvlinder in de tuin waargenomen. Ook verschillende zweefvliegen en andere insecten weten de tuin goed te vinden, waaronder de snorzweefvlieg, terrasjeskommazweefvlieg, wittehalvemaanzweefvlieg, citroenpendelvlieg en roodbaardroofvlieg.

Wat ik mooi vind, is dat deze ontwikkeling plaatsvindt in een relatief kleine voortuin. Het laat zien dat biodiversiteit niet afhankelijk is van grote oppervlakten. Ook een kleine tuin kan een belangrijke stapsteen vormen voor planten en dieren.

Inmiddels bestaat, afgezien van enkele bonsais in pot, vrijwel de gehele beplanting uit streekeigen, autochtone planten. Voor mij is de tuin geen eindresultaat, maar een voortdurende ontdekkingstocht. Hoe meer ik leer over de geschiedenis van het landschap rond Hattem, hoe beter ik begrijp welke planten en dieren hier thuishoren.

Ik hoop dat onze tuin laat zien dat iedere tuin, groot of klein, een bijdrage kan leveren aan biodiversiteit. Juist als we kijken naar de natuur die van oorsprong bij onze streek hoort, kunnen tuinen samen een netwerk van groene stapstenen vormen tussen de Veluwe en de uiterwaarden van de IJssel.

Meer weten over Veluwetuinen of zelf meedoen? Neem contact op via veluwetuinen@landschapenmilieuhattem.nl