Begin niet bij “welk materiaal is het mooist?”, maar bij wat jij in je tuin wilt voelen: rust, privacy en toch genoeg licht. Als je eerst bepaalt waar inkijk echt stoort en waar je juist openheid wilt houden, wordt kiezen ineens simpel. Dan pas ga je kijken naar dicht of open, hoog of laag, en daarna naar het materiaal dat daarbij past. Oriënteer je je op schutting kopen, houd dan die volgorde aan: eerst per plek bepalen wat je nodig hebt, daarna pas panelen, palen en montage.
1) Begin met hoogte, privacy en licht (en test het op je zitplek)
Ga zitten waar je vaak zit: terras, achterdeur, loungehoek. Kijk niet naar “de schutting”, maar naar jouw zichtlijnen. Waar komt inkijk vandaan? En waar wil je juist lucht houden?
- Zie je vooral ramen, een balkon of een looppad? Dan geeft een dicht scherm op die lijn meestal het meeste rust.
- Zie je vooral groen en lucht, maar wil je wel een duidelijke grens? Dan is een opener model (bijvoorbeeld met ruimte tussen latten) vaak al genoeg.
Neem licht meteen mee. Een hoge, dichte schutting geeft veel privacy, maar kan je tuin ook donkerder laten aanvoelen. Is je tuin nu al snel schaduwrijk, houd dan bewust stukken opener. Dat kan ook fijner voelen qua wind en “ruimte”, zeker als je tuin snel benauwd oogt.
Denk in zones. Rond je zithoek wil je vaak hoger en dichter. Langs een zijkant waar je vooral een nette grens wilt, kan lager of opener prima werken.
2) Check vóór je bestelt: lijn, hoogteverschil en poort (dit scheelt gedoe)
Met een korte check vooraf voorkom je gedoe tijdens het plaatsen. Je ziet meteen waar het recht loopt, waar hoogte lastig wordt en of je poort logisch uitkomt.
- Lijn: span een touwtje langs de geplande lijn. Zo zie je direct of je recht uitkomt of ongemerkt een bocht pakt.
- Erfgrens: komt de schutting op of vlak bij de grens, stem dan vooraf met buren af waar de lijn precies komt.
- Gemeente: doe een globale check op regels, vooral bij voortuinen of hoeken, zodat je niet verrast wordt door eisen rond hoogte of plaatsing.
Heb je hoogteverschil? Kies vroeg hoe je dat wilt oplossen. Laat je de schutting meelopen in stapjes, dan sluit hij onderaan vaak beter aan. Wil je juist een strakke bovenlijn, dan moet je onderaan netjes oplossen (bijvoorbeeld met een onderrand).
Neem je poort meteen mee. Denk aan je looproute en aan wat erdoor moet: kliko, fiets, kruiwagen. Zo voorkom je dat de opening straks nét te krap is of op een onhandige plek zit.
3) Kies materiaal op gedrag: werken, schoonmaken en wind
Kies materiaal op hoe het zich gedraagt in het dagelijks gebruik: wat doet weer ermee, hoe vaak wil je schoonmaken, en hoe stabiel moet het voelen bij wind?
Hout oogt natuurlijk en past in veel tuinen, maar verandert door seizoenen: het kan vergrijzen en planken kunnen iets trekken of kleine scheurtjes krijgen. Kunststof of composiet wordt vaak “onderhoudsvrij” genoemd, maar reken in de praktijk op af en toe schoonmaken. Op schaduwplekken zie je bij veel materialen sneller aanslag of verkleuring; dat herken je aan een doffe waas of groene aanslag en dat is meestal met schoonmaken op te lossen.
Bij wind zit het verschil vaak minder in het paneel en meer in de opbouw. Een zwaardere constructie (bijvoorbeeld met betonpalen of extra verankering) voelt meestal stiller en stabieler. In een beschutte hoek kan een lichtere opbouw ook prima werken.
4) Zelf plaatsen of laten monteren: waar je op let
Deze keuze gaat vooral over tijd, precisie en hoe zeker je wilt zijn van een strak resultaat, zeker bij hoogteverschil of een poort.
Zelf plaatsen past als je het leuk vindt om precies te werken en tijd neemt voor uitlijnen en waterpas. Deel de totale lengte vooraf op in logische maten, dan komt de verdeling met panelen vaak netter uit. Neem ook de ondergrond mee (zeker bij zachte grond), zodat de lijn strak blijft en een poort soepel sluit.
Laten monteren is prettig als je hoogteverschil hebt, veel wind vangt of gewoon in één keer goed wilt zitten. Vooral bij een poort merk je het verschil: als hij haaks hangt en licht opent en sluit, heb je daar elke dag gemak van.
Bij Schutting.nl werkt deze volgorde meestal het prettigst: eerst privacy en licht, dan pas materiaal en montage. Zo past je schutting bij hoe jij je tuin gebruikt.
Abonneer op ons kanaal










