De Veluwe en het IJsseldal zijn de afgelopen jaren het toneel van flinke infrastructurele ingrepen. Van dijkversterkingen langs de IJssel tot de aanleg van nieuwe fietspaden en vernieuwing van riolering: er wordt volop gebouwd en verbouwd. Voor bewoners van Hattem is dat zichtbaar in de vorm van omleidingen, bouwverkeer en af en toe een afgesloten weg.
Achter die tijdelijke overlast gaat een complexe logistieke operatie schuil. Grondverzet, materiaallevering, bodemonderzoek en veiligheidsprotocollen moeten naadloos op elkaar aansluiten voordat een graafmachine de grond in kan. Dat vraagt om gespecialiseerde kennis en materialen die niet altijd even zichtbaar zijn voor voorbijgangers, maar zonder welke geen enkel project van de grond komt.
Een goed voorbeeld zijn draglinematten en draglineschotten, die ervoor zorgen dat zwaar materieel niet wegzakt in drassige ondergrond. Wie weleens langs een bouwterrein in het IJsseldal heeft gelopen, heeft ze waarschijnlijk gezien: grote houten of stalen platen die als tijdelijke fundering dienen. De draglineschotten van VM worden vanuit het depot in Hattem ingezet bij projecten in de wijde regio, van Zwolle tot Apeldoorn.
Werken op slappe bodem langs de IJssel
Het rivierengebied rond Hattem kent van nature een slappe ondergrond. Klei- en veenlagen maken het voor aannemers bijzonder lastig om met zwaar materieel te werken zonder extra voorzieningen. Bij het programma Ruimte voor de Rivieren, dat in dit gebied eerder al ingrijpende aanpassingen opleverde, was dat een van de grootste uitdagingen.
Draglineschotten en rijplaten zijn in zulke situaties onmisbaar. Ze verdelen het gewicht van kranen en graafmachines over een groter oppervlak, waardoor de bodem niet beschadigd raakt en machines stabiel blijven. In de praktijk betekent dit dat een project op kleigrond weken eerder kan starten dan wanneer eerst de hele ondergrond mechanisch gestabiliseerd moet worden.
Bij tijdelijke werkwegen speelt hetzelfde. Bouwverkeer dat dagelijks over een weiland moet rijden, laat zonder bescherming diepe sporen achter die het land onbruikbaar maken. Rijplaten en draglinematten voorkomen dat en zorgen ervoor dat het terrein na afloop weer in de oorspronkelijke staat kan worden teruggebracht, iets waar ook Waterschap Vallei en Veluwe streng op toeziet.
Waarom lokale depots het verschil maken
Een aspect dat weinig aandacht krijgt in de publieke discussie over bouwprojecten, is de logistiek achter materialen. Het transport van zware stalen platen of grote hoeveelheden zand kost tijd, geld en brandstof. Een depot dicht bij de bouwlocatie verkort de aanvoerlijnen aanzienlijk en maakt snelle reactie bij onverwachte situaties mogelijk.
Vanuit het depot aan de Geldersedijk in Hattem levert VM Group materiaal aan projecten door de hele regio Noord-Veluwe en het IJsseldal. Materieel kan vaak dezelfde dag nog op locatie zijn, wat bij plotselinge weersomstandigheden of planningswijzigingen cruciaal blijkt. Kortere transportafstanden betekenen bovendien minder CO2-uitstoot per levering.
Voor de lokale economie heeft de aanwezigheid van zo’n depot eveneens waarde. Er werken vakmensen uit de directe omgeving, en regionale toeleveranciers profiteren mee van de bedrijvigheid. Het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporteerde in 2025 dat de bouwsector in Overijssel en Gelderland gezamenlijk goed was voor ruim 45.000 banen, een stijging van drie procent ten opzichte van het jaar daarvoor.
Duurzamer bouwen begint bij het materiaal
De infrasector staat onder toenemende druk om te verduurzamen. Sinds 2025 geldt voor alle rijksinfraprojecten een verplichte CO2-prestatieladder van minimaal trede 3. Dat dwingt aannemers en hun leveranciers om serieus na te denken over hergebruik van materialen en het beperken van onnodige transporten.
Juist draglineschotten lenen zich goed voor hergebruik. Houten exemplaren worden na elk project gecontroleerd en opnieuw ingezet, soms wel tien tot vijftien keer voordat vervanging nodig is. Stalen rijplaten gaan nog aanzienlijk langer mee. Door verhuur in plaats van eenmalige verkoop blijven deze materialen in een circulaire kringloop, waardoor de ecologische voetafdruk per project daalt.
Tegelijkertijd experimenteren leveranciers met kunststof varianten die lichter zijn en daardoor minder brandstof kosten bij transport. Of die op termijn de traditionele houten en stalen uitvoeringen volledig vervangen, durft nog niemand te voorspellen. De komende jaren zullen projecten langs de IJssel, waaronder het dijkversterkingstraject Zwolle-Olst dat tot 2028 loopt, laten zien welke materialen in de praktijk het beste presteren.
Wat Hattem de komende jaren kan verwachten
De regio staat niet stil. Rijkswaterstaat heeft voor de periode 2026 tot 2030 meerdere onderhoudsprojecten aan de A28 en de N50 gepland, waarvan een deel direct raakt aan de gemeente Hattem. Dat betekent opnieuw bouwverkeer, tijdelijke werkterreinen en de inzet van zwaar materieel op kwetsbare grond.
Daarnaast werkt het Waterschap aan klimaatadaptieve maatregelen om de toenemende wateroverlast in het IJsseldal het hoofd te bieden. Grotere waterbergingen en aangepaste dijkprofielen vragen om precies het type grondwerk waarbij gespecialiseerd materieel en bodembescherming essentieel zijn. De kans is groot dat bewoners van Hattem de komende jaren dus vaker draglinematten langs de weg zullen aantreffen dan minder.
Abonneer op ons kanaal










