Wanneer wel of geen cameratoezicht in openbare ruimte wordt vastgelegd

Het college heeft gewerkt aan een officieel beleidskader voor cameratoezicht in de openbare ruimte. Aanleiding is de groeiende vraag naar camera’s als middel om de veiligheid en het veiligheidsgevoel te vergroten. Tot nu toe beschikte Hattem niet over vastgelegd beleid voor publiek cameratoezicht. Besluiten werden genomen op basis van ongeschreven afwegingen. Met het nieuwe beleidskader wil de gemeente zorgen voor een transparante en eenduidige werkwijze.
Het beleid richt zich uitsluitend op publiek cameratoezicht in de openbare ruimte voor de handhaving van de openbare orde. Cameratoezicht door bedrijven, winkels of andere particuliere partijen valt hier niet onder en krijgt een afzonderlijk protocol.

Volgens het college kan cameratoezicht een belangrijk hulpmiddel zijn bij het handhaven van de openbare orde en het bestrijden van overlast en criminaliteit. Tegelijkertijd moet zorgvuldig worden omgegaan met de privacy van inwoners. Daarom wil Hattem duidelijke criteria vastleggen voor de inzet van camera’s.

Het besluit om cameratoezicht toe te passen ligt bij de burgemeester. Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt tussen veiligheid en privacy. De gemeente benadrukt dat cameratoezicht geen doel op zich is, maar een aanvullend instrument dat alleen wordt ingezet wanneer dat noodzakelijk en passend is.

Duidelijke voorwaarden voor cameratoezicht in Hattem
Gemeentelijk cameratoezicht mag alleen onder strikte voorwaarden worden ingezet. Volgens de Gemeentewet is cameratoezicht uitsluitend toegestaan op openbare plekken en moet het gericht zijn op het handhaven van de openbare orde en het voorkomen van verstoringen daarvan.

De burgemeester beslist over de inzet van camera’s en moet vooraf bekendmaken waar deze worden geplaatst en voor welke periode. Cameratoezicht mag niet permanent zijn; de noodzaak moet regelmatig worden geëvalueerd. Zodra camera’s niet langer nodig zijn, moet het besluit worden ingetrokken.

De gemeente kan kiezen voor vaste of mobiele camera’s, afhankelijk van de situatie. Camerabeelden mogen maximaal 28 dagen worden bewaard. De politie voert het cameratoezicht uit en kan beelden gebruiken voor opsporingsonderzoeken wanneer daar een concrete aanleiding voor bestaat.

Voordat camera’s worden geplaatst, moet worden aangetoond dat sprake is van een locatie waar regelmatig overlast, onveiligheid of verstoringen van de openbare orde voorkomen. Deze noodzaak moet blijken uit politiegegevens en bestuurlijke rapportages.

Cameratoezicht moet in verhouding staan tot de problematiek en mag pas worden ingezet als andere, minder ingrijpende maatregelen onvoldoende effect hebben gehad. Volgens het college blijft cameratoezicht daarmee een aanvullend middel en geen standaardoplossing.

Gemeenteraadsvergadering
Het ligt in de bedoeling om dit onderwerp te bespreken in de commissievergadering Samenleving & Bestuur op 24 augustus en vervolgens tijdens de gemeenteraadsvergadering van 7 september.