‘Een eetstoornis is een eetprobleem’

Op 2 juni is het elk jaar World Eating Disorders Action Day, wereldeetstoornissendag. Wat is een eetstoornis en hoe herken je het ? Wanneer is iets een eetstoornis, wanneer een eetprobleem, en wanneer een fase? Wat kan helpen? Is  eetprobleem niet een beter woord? Anjana Gort, werkzaam bij RTV Hattem, gaat in op al deze vragen en verwijst naar hulpadressen.

Voor de meeste mensen is anorexia de meest bekende eetstoornis, al wordt het woord vaak op van alles en nog wat geplakt. Anorexia of Anorexia Nervosa komt vooral voor in de adolescentie. Meisjes worden vaker gediagnosticeerd dan jongens. Bij anorexia is men geobsedeerd door alles wat met gewicht, lichaamsomvang en eten te maken heeft. Een andere eetstoornis, die veel vaker voorkomt, is Binge EatingDisorder. Een eetstoornis met (vaak extreme) eetbuien. Deze komt bij zowel mannen als vrouwen voor, het meest op volwassen leeftijd (vooral in de leeftijd 30 tot 50 jaar). Boulimia Nervosa is een andere bekende. Het is een eetstoornis met terugkerende eetbuien. Uit angst om aan te komen probeert men dit eten weer te compenseren. Ook deze komt vooral voor in de adolescentie, soms na anorexia. Daarnaast zijn  er nog vele andere vormen van eetstoornissen.

Net zo dodelijk als leukemie
Anorexia kent van alle eetstoornissen het hoogste sterfcijfer en is onder adolescenten net zo dodelijk als leukemie, bovendien kunnen de medische gevolgen in ernstige gevallen levenslang aanwezig blijven. Het is dan ook de nachtmerrie van iedere ouder, vaak ook van de jongeren die het treft. Anorexia ontstaat net als andere eetstoornissen vaak sluipend en is soms al jaren sluimerend aanwezig voor het echt in alle heftigheid toeslaat.

Fase of probleem
Moet je het ‘laten gaan’ of moet je ingrijpen? Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden omdat veel eetstoornissen juist heel sluipend ontstaan. Over het algemeen spreken professionals eerder van een eetstoornis als:
– het kenmerkende gedrag en de signalen langere tijd aanhouden; (weken tot maanden, niet slechts een paar dagen);
– een en ander veel mentale ruimte inneemt; (veel bezig zijn met eten, gewicht, calorieën of lichaamsvorm);
– het leed veroorzaakt; (angst, schuldgevoel, schaamte, stress en/of fysieke problemen);
– het het dagelijks leven beïnvloedt; (school, werk, sport, sociale contacten, gezondheid);
– moeilijk te stoppen is, zelfs als iemand de nadelen ziet.

Voorbeelden die op zichzelf niet per se een eetstoornis hoeven te zijn:
– een paar weken gezonder willen eten;
– tijdelijk meer of minder eten door stress of verdriet;
– af en toe ontevreden zijn over jezelf en je uiterlijk;
– een dieet volgen zonder dat het je leven gaat beheersen.

Signalen die meer zorgen baren:
– gewone maaltijden structureel overslaan uit angst om aan te komen;
– extreem veel calorieën tellen of ‘voedselregels’ volgen;
– regelmatig eetbuien hebben en het gevoel hebben de controle kwijt te zijn;
– extreem compensatiegedrag na het eten;
– sociale activiteiten vermijden vanwege eten;
– het gevoel dat je waarde sterk afhangt van gewicht of uiterlijk.

Hulp zoeken
Een eetstoornis ontwikkelt zich vaak sluipend en kan heel hardnekkig worden. Het tijdig herkennen van de signalen, zowel bij jezelf als bij een naaste, is cruciaal voor het snel inschakelen van de juiste hulp.
Voor professionele hulp bij eetstoornissen start je normaal altijd bij de huisarts. Regionaal zijn er gespecialiseerde centra voor doorverwijzing, bijvoorbeeld Amarum (GGNet). Dit is een gespecialiseerd centrum voor eetstoornissen in de regio Gelderland. Amarum behandelt zowel jongeren als volwassenen.
Er is K-EET Gelderland: Actief in de regio om de zorg voor kinderen en jongeren met eetstoornissen te verbeteren, deze organisatie geeft informatieve lezingen. Human Concern heeft onder meer een locatie in Zwolle. Zij biedt ervaringsdeskundige behandeling. Dan zijn er de laagdrempelige praktijkhuizen zoals dat van IxtaNoa, die diverse locaties heeft op de Noord-Oost Veluwe, onder andere in Zutphen. Er wordt bijvoorbeeld met zelfhulpgroepen gedraaid. En er is Juntos inloophuis Zwolle gericht op eetstoornissen. 

Mensen die op een wachtlijst staan wachtend bent op hulp, kunnen nu al terecht bij specifieke diëtisten of vrijgevestigd psychologen in de regio, liefst met een specialisatie in eetstoornissen.

Als niets lijkt te helpen
Wanneer er juist al heel veel behandeling geprobeerd is en niets helpt, kan de complementaire zorg soms uitkomst bieden, bijvoorbeeld: creatieve therapie, (beeldend, muziek of schrijven) paardencoaching of paardentherapie en lichaamsgerichte therapie (gericht op lichaamsbewustzijn en lichaamsbeleving). Al deze vormen zijn vaak heel geschikt en krachtig bij hardnekkige vormen van eetstoornissen met onderliggend trauma of bij comorbiditeit. Ook bestaan er sinds 2009 officieel hulphonden voor anorexia. Deze honden worden specifiek getraind om jongeren met ernstige vormen van eetstoornissen, vooral anorexia, te helpen. De eerste officiële hulphond voor anorexia woonde destijds in Hattem.

Is een eetstoornis de juiste term?
De laatste jaren is daar steeds meer discussie over. We weten steeds beter dat een eetstoornis eigenlijk helemaal niet over eten gaat, maar een veel dieper, groter probleem is. Tegelijkertijd uit het zich heel specifiek rondom eten, wat de term ook weer wel heel raak maakt. In elk geval wordt er ook steeds meer bekend over de medische en biologische factoren die vaak al aanwezig zijn voordat de eetstoornis begon te sluimeren. Dat maakt dat sommige professionals pleiten voor de term ‘eetprobleem’ in plaats van eetstoornis. Het maakt in elk geval dat er steeds dieper wordt gekeken en dit kan ten goede komen van de behandeling en prognose. En vaak spelen meerdere factoren een rol voordat een eetprobleem echt ernstig wordt. Tijdig inzicht krijgen in die factoren is heel helpend.

Hoop
‘Hoewel een eetstoornis kan voelen als een gevangenis, soms jaren aanwezig is en de omgeving vaak machteloos toekijkt, is er wel een weg uit. Blijf hoop houden, blijf vechten. Elk verworven inzicht en iedere stap vooruit is er een. Er zijn vele krachtige getuigenissen van mensen die er vanaf kwamen, soms zelfs na vele jaren nog.’ De auteur sluit met deze persoonlijke noot het artikel af.
Gort leed zelf langdurig aan een ernstige vorm van anorexia, wat sluimerend begon op zevenjarige leeftijd. Inmiddels is ze volledig genezen van anorexia. Zij schreef dit artikel deels uit eigen ervaring. 

Wie contact wil zoeken naar aanleiding van dit artikel kan contact opnemen met de redactie via redactie@RTVHattem.nl