Vooralsnog geen verbod reclame fossiele brandstof

Op 13 oktober 2025 nam de gemeenteraad een motie aan om fossiele reclame in de openbare ruimte te verbieden. Het college onderschrijft het doel van verduurzaming en betere luchtkwaliteit, maar kiest voorlopig niet voor een algemeen verbod via de APV. Het college wil fossiele reclame bij bushaltes terugdringen via de privaatrechtelijke weg, maar aanpassing van de huidige reclameovereenkomst is niet mogelijk. Deze loopt tot 2031. Als zich in de toekomst nieuwe mogelijkheden voordoen om de motie uit te voeren, zal de raad hierover worden geïnformeerd. Mocht de raad alsnog een verbod via een APV-amendement willen invoeren, dan moet daar ook budget voor toezicht en handhaving aan worden gekoppeld.
‘Een algeheel verbod op fossiele reclame in de openbare ruimte raden wij af in verband met de handhaafbaarheid van een dergelijk verbod en de kosten voor de uitvoering daarvan. Allereerst moet worden opgemerkt dat het toezicht op een dergelijk verbod lastig is omdat niet altijd eenvoudig zichtbaar is of sprake is van een fossiele reclame. In een aantal gevallen is dat overduidelijk, bijvoorbeeld als een intercontinentale vliegreis wordt aangeboden. Maar bij veel reclame-uitingen is dat minder duidelijk. Wanneer er bijvoorbeeld reclame wordt gemaakt voor een stedentrip binnen Europa hoeft niet op voorhand zichtbaar te zijn of deze wordt aangeboden in combinatie met een vliegreis (fossiele reclame) of per trein. Ook bij een advertentie van een auto moet de toezichthouder weten of het een volledig elektrisch model, een hybride of een auto met brandstofmotor is, om te beoordelen of sprake is van een overtreding van de regel.’

‘Dit ‘grijze gebied’ maakt de handhaafbaarheid van een dergelijk verbod lastig en tijdrovend. Dat laatste is weer van invloed op de kosten voor het toezicht en de handhaving. De geraamde kosten voor een dergelijk verbod bedragen zo’n 20.000 euro per jaar. Als er voor deze taken geen extra capaciteit voor toezicht en handhaving beschikbaar is, gaat dit ten koste van toezicht en handhaving op andere overtredingen. Dit alles overwegende zijn wij van mening dat de kosten van een algeheel verbod niet proportioneel zijn ten opzichte van het doel van een dergelijk verbod.’