GR26 | Hattemse politici blijken gedreven en betrokken Hattemers te zijn

Opinie – Donderdag 14 maart ging Henk den Uyl, co-decaan bij Nederlandse School voor Openbaar bestuur, maar ook verbonden met Hattem omdat een deel van de familie hier woont, met Rondje IJssel-presentator Erik Pool in gesprek over de betekenis van ‘lekenbestuur’. Op de vraag van Pool ‘We hebben geen professionals en doorgewinterde bestuurders in het stadhuis, maar mensen zoals jij en ik die het vak van wethouder of raadslid in de praktijk nog moeten leren. Er gaat dan ook wel eens wat mis. Moeten we dat voor lief nemen, als nadeel van een democratie met lekenbestuur?’ antwoordde Den Uyl: ‘Nee, we moeten het waarderen, want het tegenovergestelde is iets wat veel minder te verkiezen is, namelijk een volstrekt geprofessionaliseerde technocratisch bestuur die dat misschien heel goed kan, maar alle gevoel voor het volk hebben verloren.’ Samen concludeerden ze tijdens de uitzending dat er een balans gevonden moet worden tussen goed bestuur, wat als een vak beschouwd kan worden, en tegelijkertijd mens blijven tussen de mensen die hen gekozen hebben.

Waarderen we voldoende mede-Hattemers die zich kandidaat hebben gesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen? Waarderen we hun goedbedoelde pogingen op de weekmarkt om in contact te komen met de kiezers? Waarderen we de flyers die achter elkaar in de brievenbus belanden? Of de actie van de VVD bijvoorbeeld om een filmpje liet maken met de traktor van Jacob van Emst die bij de partij op nummer 10 staat?

Dromen en daden
In de Volkskrant van 16 maart staat een opiniestuk met als kop: Lokale politici brengen hoop in deze cynische tijd, ondanks hun malle filmpjes. Er zijn mensen die niet alleen gaan stemmen, maar ook nog op een kandidatenlijst gaan staan. Die hun eigen schaamte en angst voor spot door politiek cynisme opzij zetten, ten gunste van een wandelpad, een boom, een bankje in een park (einde citaat).
Zoals in Hattem de nieuwe CDA’er Evert van Olst. Hij heeft een droom die hij via de politiek graag realiseert: ‘We hebben altijd prachtige evenementen in Hattem, waaronder het Dikke Tinnefestival. Het zou fantastisch zijn als we dat evenement in Hattem terug kunnen krijgen. Daar wil ik me in ieder geval graag voor inzetten.’ Of Gert Kers die van 1994-2018 in de raad zat voor de ChristenUnie. Op 18 maart hoopt Kers gekozen te worden tot raadslid voor Algemeen Belang. ‘Ik wil mijn klus afmaken: de bouw van nieuwe basisscholen.’

De stap naar het CDA van Van Olst leidde tot verraste reacties, onder andere omdat veel mensen hem niet zien als iemand die wat met politiek heeft. Ook de overstap van Kers van de ChristenUnie naar Algemeen Belang werd aan menig koffietafel besproken. Kers zelf daarover: ‘Mensen benaderen mij meer vragend dan kritisch. Hoezo, waarom deze overstap? Met André (Borst, red.) kan ik lezen en schrijven. André en ik kennen elkaar van jongsaf aan. In 1994 zijn we samen in de raad gekomen. Hij was PvdA-wethouder en ik fractievoorzitter van de ChristenUnie. We denken over heel veel politieke kwesties in Hattem hetzelfde.’
Jij ervaart bij Algemeen Belang dat dat de weg is die voor jou de beste is?
‘Klopt. Het gaat mij om praktische politiek en niet ideologisch, en mocht er een ideologisch onderwerp aan de orde komen dan stemmen we misschien verschillend. Er moet in ieder geval wat veranderen in de Hattemer politiek.’ ‘

Gedreven
Voor Kers vielen de reacties nog wel mee, maar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau neemt het politiek cynisme in Nederland toe. Burgers vertrouwen politici minder en doen ook minder actief mee aan het politieke proces. Daardoor worden mensen steeds vaker toeschouwers die vooral kritiek leveren, een houding die zich gemakkelijk verspreidt, bijvoorbeeld via reacties op mensen die zich publiekelijk inzetten, aldus het Volkskrant-artikel.

‘Er zijn mensen die denken: als ik het niet doe, doet niemand het. Ze nemen de reacties op de koop toe,’ vervolgt het artikel. Uit het artikel blijkt ook dat, ondanks groeiend politiek cynisme, er nog steeds mensen zijn die zich actief inzetten voor de lokale politiek. Hoewel de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen al jaren rond de 50 procent ligt volgens de Kiesraad, kiezen sommige inwoners er toch voor om zich verkiesbaar te stellen. Zij doen dat vaak niet uit ideologie, maar uit betrokkenheid bij hun eigen buurt, straat en leefomgeving.

Den Uyl: ‘We moeten het lekenbestuur waarderen. Een volstrekt geprofessionaliseerde technocratisch bestuur kan het misschien heel goed, maar heeft alle gevoel voor het volk verloren.’
De lokale kandidaat raadsleden, ook die van GroenLinks-PvdA, D66 en HattemCentraal (om geen enkele partij over te slaan), gaan voor de buurt en de boom, voor woningen en een leefbaar Hattem. Voor scholen en het Dikke Tinnefestival. Ze weten niet of het lukt, maar hun inzet kan gelezen worden als hoopgevend. Ze steken hun nek uit door zichtbaar te worden als een van de Hattemers tussen alle Hattemers omdat ze ergens in geloven.