Derde plaats ‘Raak Stimuleringsprijs’ voor Voerman Museum Hattem

24

Het Voerman Museum is op de derde plaats geëindigd in de strijd om de ‘Raak Stimuleringsprijs.’ Directeur Daphne-Kampman mocht maandag in het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam, waar de prijsuitreiking werd gehouden, een cheque van 7.500 euro in ontvangst nemen.

‘De Raak Stimuleringsprijs’ is een initiatief van het Oogfonds en het van Abbemuseum. De prijs is bestemd voor het toegankelijker maken van museumcollecties voor blinden en slechtzienden. Het Voerman Museum was een van de drie genomineerde musea die aanspraak konden maken op de eerste prijs van 30.000 euro.

Deze werd dit jaar in de wacht gesleept door het Verzetsmuseum Amsterdam. De tweede prijs van 15.000 euro was voor het Museon in Den Haag. Het publiek kon de afgelopen weken op een van de drie musea stemmen.

Het Voerman Museum Hattem deed mee aan de Raak Stimuleringsprijs met een indoor-navigatie-app, die mensen met een visuele beperking informatie geeft over kunstwerken in de collectie. Daarbij wordt een aantal geschilderde landschappen vertaald naar geluidslandschappen. Op termijn kan de app geschikt worden gemaakt voor alle musea.

Directeur Daphne-Kampman zegt blij te zijn met deze derde prijs, die het museum nu kan gebruiken om het plan voor de indoor-navigatie-app verder uit te werken. Ze wijst erop dat in Nederland 350.000 mensen blind of slechtziend zijn, daarbij zijn er nog eens ruim 600.000 mensen met een oogaandoening.

‘Zij kunnen niet zoals anderen kijken naar de collectie. De uitdaging is iemand die niet kan kijken, toch te raken. De app geeft iemand met een visuele beperking de kans geheel zelfstandig kunst te ervaren. De geleide-app zorgt voor de navigatie in het museum. Men kan daarnaast kiezen voor uitleg via audio op een wijze die bij hem of haar past (kunsthistorisch, historisch, kleurgebruik, enz.) Via soundscapes willen we de schilderijen van Jan Voerman tot leven laten komen. Zo wordt kunst kijken, kunst luisteren. Ook uitdagend voor mensen die wel kunnen zien, maar nog niet weten hoe ze naar kunst moeten kijken.’