Op 8 januari 1926, in de vroege ochtend, begeeft de Geldersche IJsseldijk bij Zalk het. Rond negen uur wordt de doorbraak vastgesteld, ongeveer duizend meter boven het dorp, ter hoogte van de ijsbrekers. Wat volgt, is geen geleidelijke stijging, maar een plotselinge, krachtige instroom van water richting de lage landen langs de IJssel.
De kranten melden hoe het water zich razendsnel een weg baant door het land. Bomen, struiken en los materiaal worden meegesleurd. De opening in de dijk groeit binnen korte tijd: eerst enkele meters, later tientallen meters breed. Het waterpeil stijgt zo snel dat huizen nabij de dijk tot aan de nok onder water komen te staan. Bewoners moeten hals over kop vluchten. Door Henri van de Vosse, Oud Hattem
Vanuit Hattem wordt geschreven dat, voor zover het oog reikt, aan de IJsselzijde een grote waterzee ligt. Het Apeldoorns Kanaal maakt deel uit van het overstroomde gebied. De weg van het kleine veer staat meters onder water; ook de brug die daarheen leidt is opgehaald. Een woning in de Hoenwaard, midden in het gebied, raakt volledig geïsoleerd: tot op een half uur afstand is alles afgesloten, het water staat tot bij het huis. De loswal is ondergelopen. Het gemeentebestuur neemt maatregelen ter bescherming van een zanddijk, om verdere overstroming te voorkomen.
Dankzij de hogere ligging blijft Hattem zelf aanvankelijk gespaard. Binnendijks echter begint op meerdere plaatsen water op te komen. De eerste dagen blijft het water hoog. Er is voortdurende waakzaamheid, omdat het gevaar bestaat dat de overstroming zich verder uitbreidt richting Hattemerbroek.
Dreiging spoor en vee
De berichten melden dat de spoorlijn Zwolle–Amersfoort nauwlettend in de gaten wordt gehouden. Aanvankelijk lijkt de spoordijk veilig, omdat het water afstroomt richting de zee, maar de situatie blijft onzeker. Het tramverkeer Hattem–Kampen Zuid wordt gestremd.
In de lage gebieden rond Zalk, Hattemerbroek en Wezep brengen boeren hun vee in veiligheid. Koeien uit Zalk en Hattemerbroek worden in stallen in Hattem ondergebracht. Voor Kampen is het redden van vee bijzonder moeilijk; zelfs hooggelegen boerderijen lopen gevaar.
Evacuatie
In Kampen worden ongeveer 150 inwoners van Zalk opgevangen, deels in de buitensociëteit, deels bij particulieren. Ook vee wordt er tijdelijk ondergebracht. Militairen en mariniers worden ingezet met vletten en pontons om mensen en goederen te vervoeren.
De kranten spreken van een treurig en hopeloos aangezicht: mensen die hun huisraad proberen te redden, dieren vastgebonden op hooimijten, bewoners die pas later met bootjes in veiligheid kunnen worden gebracht.

Hattem ontsnapt
Voor Hattem is de ramp dichtbij, tastbaar, maar net op afstand. De stad ligt hoog genoeg om zelf droog te blijven, maar ziet hoe het water vlak buiten de dijken alles verandert. Wegen verdwijnen, verbindingen vallen weg, en de dreiging blijft dagenlang voelbaar.
De dijkdoorbraak bij Zalk maakt in januari 1926 pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar het gebied langs de IJssel is. Hattem ontsnapt, maar alleen dankzij ligging en geluk. De berichten uit die dagen laten geen ruimte voor dramatisering: de feiten zijn op zichzelf al indrukwekkend genoeg.
Vandaag, honderd jaar later, markeert deze gebeurtenis een scherp moment in de geschiedenis van Zalk, Hattem en het IJsselgebied.



