Opinie – Vrijdag 3 april werd bekend dat HattemCentraal, ChristenUnie en VVD willen werken aan de vorming van een nieuw college. Er is gesproken over het nastreven van een verbindende bestuursstijl, zowel in het college als in de raad als richting de inwoners. Dit is te lezen in het eindverslag van de verkenner en de bijbehorende bijlage. Alledrie zijn ze geworteld in de Hattemse samenleving met speerpunten voor de Hattemse samenleving.
Deze Hattemse betrokkenheid was ook te horen tijdens de afgelopen vier jaar en gedurende de aanloop naar de verkiezingen. Dé onderwerpen gingen over Hattem en onze kwaliteit van leven in dit kleine Hanzestadje. Alle partijen wilden een liever en mooier Hattem met woningen en voorzieningen voor iedereen. Dat het rondom de verkiezingen ook over de vraag ging wie de ‘echte lokale partij’ was, zouden we bijna vergeten. Toch was het hier en daar onderwerp van gesprek en geen enkele partij wilde meer in het nieuws verschijnen zonder de toevoeging ‘Hattem’.
Na 18 maart en voor het nieuws van vrijdag legde de nieuwsredactie de zeven partijen een aantal vragen voor. Hoe lokaal ben je?
Lokaal praktisch
Een van de aanleidingen was wat er in de media verscheen na de verkiezingen. De Stentor: ‘De Hattemse kiezer heeft vertrouwen laten zien in partijen die het lokaal en praktisch willen houden.’ Daarmee doelend op de twee lokale partijen HattemCentraal en Algemeen Belang. Dit was ook een eerste analyse van de NOS: Mensen stemmen op lokale partijen, op bekende gezichten op onderwerpen die op dat moment spelen in de lokale gemeenschap.
In haar reactie op de vragen van RTV Hattem schopt CDA’er Sophia Sanders-Riepma dat frame onderuit: ‘Het lijkt alsof alleen partijen zonder enige landelijke connectie het predicaat ‘lokale partij’ mogen dragen. De naamgeving van ‘lokale partijen’ suggereert dat alleen zo’n partij opkomt voor de inwoners. En dat is niet terecht. Ook CDA Hattem is een lokale partij en komt op voor de inwoners. En dat geldt ook voor andere partijen met een landelijke binding. Al deze partijen zijn lokaal praktisch bezig geweest.’
Erik Kleinpenning, VVD: ‘Wij zien onszelf als een hele praktische (of pragmatische) lokale partij. Ik heb geen voorbeelden wanneer we dat niet zijn geweest. Natuurlijk zitten we vanuit onze kernwaarden en onze ideologie wel eens anders in de wedstrijd dan andere partijen (bijvoorbeeld bij de zondagsopenstelling), maar dat betekent niet dat we dan niet praktisch handelen.’
Erwin Kwakkel, D66: ‘Al jarenlang beoordelen wij elk dossier op inhoud: van woningbouw en verkeersveiligheid tot de gemeentelijke financiën en duurzaamheid. Dat is lokaal en praktisch werk, los van onze partijnaam.’
Ziel en zaligheid voor Hattem
Tijdens de verkiezingscampagne ging het ook over de Hattemse afkomst van kandidaten. Kleinpenning: ‘Het feit dat je een geboren en getogen Hattemer bent, maakt je nog geen goed politicus met goede ideeën voor de stad. Natuurlijk helpt het als je veel mensen kent en daardoor weet wat er in Hattem speelt, maar ook als hier je wieg niet heeft gestaan, zet je je met ziel en zaligheid in voor de stad waar je woont en waar je kinderen opgroeien. We hebben dezelfde doelen en belangen.’
Arend Palland, ChristenUnie: ‘Het frame ‘lokaal’ versus ‘landelijk’ doet geen recht aan alle Hattemers op de lijst van de ChristenUnie die in Hattem wonen, zich geworteld weten en iets willen betekenen voor onze stad.’
Kwakkel, D66: ‘Iedereen die actief is binnen onze partij, als raads- of commissielid, wethouder of bestuurslid, is een Hattemer die zijn of haar wortels in deze gemeenschap heeft.’
Nabijheid en waardigheid
De landelijke analyses geven verschillende redenen waarom mensen lokaal stemmen. Een van de redenen is, dat mensen die bij de Tweede Kamerverkiezingen op partijen hebben gestemd die plaatselijk niet meedoen eerder stemmen op lokale partijen dan op anderen. (Denk aan PVV, Forum voor Democratie, BBB, JA21, SGP, Partij voor de Dieren en SP. In Hattem was dat een derde van het aantal uitgebrachte stemmen.)
Aan André Borst, Algemeen Belang, vroegen we: Herken je dit in de gesprekken die je met kiezers hebt gevoerd? ‘Nee, de mensen die ik heb gesproken, kozen vanwege lokale onderwerpen, zoals de woonzorgzone en De Bongerd. Men was gewoon niet tevreden met het huidige college en de huidige coalitie.’
Onlangs verscheen het boek De symfonie van onvrede van Catherine de Vries. Deze hoogleraar politicologie ging na gesprekken met haar vader in verschillende landen op zoek naar de emoties onder de onvrede die vaak ten grondslag ligt onder het stemgedrag op lokale partijen. Haar vader was voor haar hét voorbeeld van een kiezer die van tevreden EO-lid en CDA-kiezer in een stemmer op radicaal rechts veranderde. De Vries in de NRC (28.03.26): ‘De staat is iets fijns, zolang het goed met je gaat. Voor een deel van de burgers voelt Nederland als een gaaf land, om Mark Rutte te citeren. Dat zijn mensen die de staat niet zo nodig hebben. Maar dat wordt anders zodra je het moeilijk krijgt. Als je het gevoel hebt wel te betalen en er niets voor terug te krijgen, dan wordt de staat opeens problematisch. Voor die mensen is de staat een fort geworden. De overheid is niet letterlijk verdwenen, maar er is veel meer afstand.’Â
In haar boek schetst ze dat de burger er niet meer zo toe doet. De overheid is fysiek afwezig. Burgers willen dat de overheid er voor hen is en willen erkenning van hun verlieservaring. De overheid levert niet altijd meer en voorzieningen verdwijnen. Er ontstaat een verlies van waardigheid, omdat onvrede niet serieus genomen wordt. Onvrede zoekt een adres: de gevestigde orde, zo stelt ze. Radicale partijen vertalen onvrede naar de slogan: de gevestigde orde geeft niet meer om de burger. De migrant krijgt de schuld (tv-programma Buitenhof 05.04.26).
Er is niet één reden aan te wijzen waarom mensen stemmen op lokale partijen, aldus de Vries.
Tevredenheid
De kleinschaligheid van Hattem is voor de drie aanstaande coalitiepartijen een onderwerp van gesprek, zo lezen we in de rapportage van de verkenner: ‘Hattem moet aantonen een zelfstandige gemeente te kunnen blijven met daarbij passende (financiële en organisatorische) ambities.’ De Vries zou zeggen: Werk aan nabijheid en waardigheid. Herstel de afstand tussen burger en stadhuis. Neem de emoties van de burger serieus.
Kleinschaligheid gaat niet (alleen) over cijfers en regels, die technocratische benadering van besturen. Tevredenheid gaat niet alleen over het wel of niet doorgaan van woonprojecten, maar in de lijn van de Vries zou je kunnen stellen, dat het gaat over het contact waardoor de Hattemer zich gezien en gehoord voelt, en zich serieus genomen voelt op emoties.Â
‘Een verbindende bestuursstijl,’ zo schrijven de drie aanstaande coalitiepartijen. Hopelijk is dit politiek-bestuurlijke taal voor het willen afbreken van het fort, waarover De Vries spreekt. Zij pleit voor verbinding, vertrouwen en versimpeling van de overheid.
De gehele reacties van de politieke partijen is hier te lezen.



