Jongeren willen een plek, weten dat je er voor ze bent

T’haléyah Tucker is sinds september 2023 jongerenwerker bij Stichting Welzijn Hattem. RTV Hattem zocht haar op in de Marke. Het werd een gesprek over wat ze doet voor jongeren en waarom? Waarom dit werk belangrijk is voor hen en voor haar. Of er genoeg gedaan wordt in Hattem en wat anders kan.

‘We zijn dit jaar begonnen met een tienermiddag en een meidenmiddag voor groep 7 en 8. Verder draaien we ook een 13+ groep. De 7/8-groep is een steady groep die elke week komt. Er zijn drie jongens uit die groep die me elke week helpen als vrijwilligers. Ze kwamen zelf met dit idee en samen hebben we er iets van gemaakt. Om de tijd bespreken we wat ze willen qua activiteiten, wat ze van mij verwachten, en wat ze hopen te leren. Ze zijn er heel trots op dat ze zelf activiteiten organiseren en verantwoordelijkheid kunnen dragen voor het jongerencentrum.
De meidenmiddag loopt ook goed. De meiden blijven komen, je kletst samen wat over verschillende dingen zoals de spanning voor de overgang naar de middelbare school. Ik vind het mooi dat ze weten waar ze me kunnen vinden.

De dertienplus was soms een wat ingewikkelder. Mijn collega is langdurig ziek en we moesten, omdat het niet goed liep, de inloopavonden een tijdje stilleggen. Stabiliteit is ook voor hen heel belangrijk. Dat ik er nog steeds ben, dat kunnen ze waarderen. Ik was bang dat, omdat we even dicht waren, de band minder werd. Komt dit ooit weer goed? Maar sinds dat we weer open zijn, merk ik dat het juist weer beter klikt. Ze weten je weer te vinden en komen bijvoorbeeld na schooltijd even spontaan langs. Het blijven jongeren die van kattenkwaad houden en de grenzen opzoeken, maar dat hoort er in mijn ogen ook bij. Ook bij hen zie ik het vertrouwen dat we toch een stabiele factor blijken te zijn. “We kunnen kloten… maar ze blijft wel.”

Voorbeeld en rolmodel
‘Mijn werk voelt niet zwaar. Het is zo laagdrempelig. Even kletsen, even poolen, wat drinken, even samen buiten staan als ze aan het roken zijn. Naast meepraten en meegaan op de golflengte, houd ik wel mijn voorbeeldfunctie. Ik ga niet schelden of heel erg boos zijn, want dat is geen normale manier van omgaan met elkaar vind ik. Zie je het voor je dat ik hier loop te blêren? Dat zit niet in me. Hoe groter je mond, hoe minder je voor elkaar krijgt in mijn ogen.’

Even zonder collega
‘Het was in het begin even pittig om het werk alleen te doen. Ik kan niet alles doen wat ik wil, doen gezien mijn contract (twintig uur). Wat is voor nu belangrijk en wat moet op een laag pitje, die afweging maken vind ik ingewikkeld. Daarnaast mis ik het sparren. Als je niet uitkijkt ga je je eigen gedachten geloven… Niemand die dan tegen je zegt: dat klopt niet of je kunt beter dit doen.’

Meer aandacht voor jongeren
‘Jongere kinderen vinden sporten leuk, een beetje buiten zijn. De oudere jongeren… De gemeente en de gemeenschap kunnen last ervaren van de oudere jongeren, maar als je last ervaart, zorg dan voor voldoende hangplekken. Niet die donkere container bij de begraafplaats (die ook wel de junkie-container wordt genoemd). Niemand zit daar van “oh, dit is een chille plek om te zitten”. Bovendien, zet niet alle groepen bij elkaar. Dat willen ze niet.

Zorg voor meerdere plekken, voor jongeren ingericht met een overkapping, verlichting, een bankje… Het trapveldje achter de Marke heeft dat alles niet. Het moet wel uitnodigen. Wat mij opvalt is, dat er heel veel speeltuinen zijn, maar geen hangplekken. Jongeren mogen nergens echt komen.

Dit alles vind ik maar ingewikkeld. Er is veel verveling in Hattem. Als je niet van sporten houdt, dan is er niet veel te doen. Ze vluchten naar de dorpen/steden om ons heen, zoals Zwolle of Wapenveld, en vanuit verveling gaan ze gekke dingen doen… Het jongerencentrum is niet vaak open, dus dat kun je in mijn ogen ook niet zien als een ‘’hangplek’’.’

Persoonlijke drive
‘Naast deze baan werk ik als zzp’er als psychomotorisch therapeut en persoonlijk ambulant begeleider. Dan zit de week wel vol. Mijn werk als jongerenwerker is interessant en leuk, maar is ook zwaar, intens en serieus.
Jongeren vond ik altijd al een leuke doelgroep. Ze hebben een leuke leeftijd. Je kan met ze praten en je kan ze iets bijbrengen. Door constant met de jongeren in gesprek te gaan, weet ik wat jongeren nodig hebben. Vragenstellen, maar ook tussen de zinnen doorlezen. De ondertoon horen. Pubers openen zich niet snel in wat ze écht nodig hebben. En daarnaast is het ook maar proberen en kijken of het aansluit.

Mijn toekomstwens is dat we voor de 1e en 2e klassers na de zomer een groep starten. Met name de overgang van de nu 8e groepers naar de middelbare is pittig en dan wil ik er voor hun zijn.’

Wat brengt het jou, dat contact met jongeren?
‘Het gevoel van “over zoveel jaar hebben ze hier wat aan”. In deze fase van kwetsbaar zijn, kwetsbaarder dan ze willen toegeven, dat je kan functioneren als een grote zus… Je ziet ze in de mooiste periode van hun leven. Als ik terugkijk naar mijn eigen jeugd, wat een chaos. Je leert in die periode zoveel. Ik heb een vrij stabiele jeugd gehad en als er dan eentje speciaal langskomt om te vertellen wat ze heeft meegemaakt, hoe de dag was, dat geeft voldoening.
Wat ik wil uitstralen is: Jullie kunnen me vinden. Ik wil een stabiele factor zijn en als jullie op deze periode terugkijken, dat je dan denkt: fijn dat ik daar heen kon. Dat is toch prachtig.

Mijn werk is niet in cijfers uit te drukken. Als ze zeggen “Met haar gaat het goed,” dan is dat zo waardevol. Het contact met hun… Eenmaal thuis kan ik daar nog van stuiteren.’